SOLide - Home SOLide - Home  
Pjotr, titanium 3D printed pen

Since 1998

RapidPRO Innalox

C’est l'histoire se répète

Het kan verkeren. Tien jaar geleden noemden collega’s me een roepende in de woestijn. Veelvuldig had ik geschreven over het driedimensionaal afdrukken, het ‘materialiseren’ van digitale informatie. Dat deed ik toen de industrie – eenvoudige huis-tuin-en-keuken printers bestonden niet – ervan weinig moest hebben. Overtuigd van de mogelijkheden, en misschien zoals een missionaris betaamd, dus aangemoedigd door al het ‘ongeloof’ om me heen,  sprak en schreef ik er veelvuldig over. En ik paste het toe.

Mijn kopij kwam terecht in onder meer CAD Magazine (toen een productie uit mijn woonplaats Dordrecht) en CA Techniek (nu, na enkele naamsveranderingen, onderdeel van Mechatronica). 3D Printen bestond als naam nog niet. Ik schreef over de time compression technologies, afgekort: TCT. En over rapid prototyping.

Toen zouden we in beduidend minder tijd prototypes tot stand gaan brengen. En ook gereedschappen en eindproducten: rapid tooling en rapid manufacturing. Zo veel sneller, dat we ermee de tijd zelfs zouden gaan verdichten: time compression.

C’est l'histoire se répète.  Nu gaan we, naar verluid, niet alleen ons voedsel printen, maar ook onze deurknoppen, brillen en zelfs wapens. En veel ervan gaan we doen met een printer bij ons thuis, op onze desktop. Heel simpel allemaal. Wat zal ik zeggen ?  Toen zouden de meeste spuitgietmachines in pakweg tien tot vijftien jaar het veld ruimen, riepen stakeholders, aan het einde van het vorige millennium.

Zeker, er wordt steeds meer geprint en er komt alsmaar meer bij. Helaas worden de nadelen van het printen erbij te vaak genegeerd. Er wordt, zoals een hype betaamt, steeds meer geprint om het printen, is mijn indruk. Het hulpmiddel staat erbij voorop, in plaats van het ermee voor te brengen object.

In dit verband wijs ik graag op een paar uitstekende artikelen in de jongste editie van TCT Magazine (‘TCT’, zie hierboven) , waarin 3D printen en enkele conventionele technieken met elkaar worden vergeleken. Er komt overduidelijk naar voren, dat 3D printen complementair is met de bekende, traditionele vervaardigingswijzen (waarbij je je mag afvragen hoe ‘traditioneel’ microverspanen is, met een frees waarvan de kop slechts een tiende van een millimeter groot is).

Onlangs waargenomen in Rotterdam: “Met het in de haven geproduceerde 3D-poeder creëren jongeren op hun 3D-printer steeds vaker hun eigen werkelijkheid. Rotterdam Poederhaven is een nieuw speerpunt in het havenbeleid.”

Uiteraard ga ik verder, steeds meer op het vlak van hoogwaardige toepassingen van additive manufacturing. High-tech en vooraan, bijvoorbeeld met mijn pennen: Pjotr, en in unieke modevormgeving, als ‘printspecialist’ van Annouk Wipprecht. Verder werk ik intensief samen met bijvoorbeeld Mark Welters van Innalox in Tegelen (bij Venlo). Hij is in staat om keramiek te printen. Dat kunnen er meer, hoor ik u denken. Jazeker, maar niet met een laser, om ermee het poeder te verbinden én te ‘bakken’, resulterend in een hoegenaamd massief keramisch stuk. Verder ga ik wat doen met Additive Industries in Eindhoven (Strijp-S), een jong, mijns inziens waardevol initiatief van en voor de high-tech maakindustrie. Daarover binnenkort meer.

Er is voor deze missionaris is in ieder geval nog genoeg te doen !